Veel vissoorten zetten alleen eieren af met bepaalde tussenpozen. Dit natuurlijke ritme wordt bepaald door verschillende mogelijkheden. Het komt vrij vaak voor dat het afzetritme bepaald wordt door een tijdspanne. Ook kan het op gang worden gebracht bij bepaalde omstandigheden zoals veelvuldig voeren, een verandering van temperatuur of van waterwaarden. Wildvang vissen blijven echter vaak trouw aan de natuurlijke tijdsafstanden: zo zetten vele wildvang pantsermeervallen bij voorkeur in ons winterhalfjaar af.
Een ondergrond die door kuitschietende vissen bij voorkeur wordt gebruikt om de eieren op af te zetten. Het kan om allerlei verschillende ondergronden gaan zoals bepaalde planten of stenen. De eieren hebben een lange, dunne draad die zich aan het afzetsubstraat hecht. Deze draadjes rollen zich in een spiraal op en trekken de eieren dicht tegen het substraat. Zo zetten Kegelvlekbarbelen bijvoorbeeld graag af op de onderzijde van vlakke plantenbladen terwijl een discusvis erom bekend staat graag af te zetten op de typische kegelvormige gladde pot.
Bij de eerste legsels komt het regelmatig voor dat de eieren opgegeten worden. Ook kan het zijn dat de legsels niet goed bevrucht worden en de eieren gaan beschimmelen. Hierbij geldt dat de ouderdieren een soort "leerproces" moeten volgen voordat ze ervoor geschikt zijn om jongen groot te brengen.
Algen zijn lagere waterplanten die vastgehecht kunnen zitten op een bepaalde ondergrond of vrij zwevend in het water kunnen voor komen. Algen bestaan in vele vormen van een groene aanslag op planten, stenen of glas tot een bruine slijmerige laag op de achterwand. Er bestaan ook algen die op haren lijken zoals draadalg. Overbemesting, slechte watereigenschappen en te veel of juist te weinig licht leiden tot een versterkte algengroei. Algen kan men bestrijden met de hulp van snelgroeiende planten die ervoor zorgen dat er te weinig voedingsstoffen overblijven voor de algen. Ook kunnen algeneters zoals bepaalde vissensoorten of bijvoorbeeld de japonica garnaal ervoor zorgen dat de algen bestreden worden.
Hoewel algen beschouwd worden als simpele planten behoren ze tot meer dan een domein namelijk de planten en protista. Algen kunnen eencellige of meercellige organismen zijn en zeer complexe vormen aannemen zoals bijvoorbeeld zeewier.
Boven een pH waarde van 7 is aquariumwater alkalisch of ook wel basisch genoemd. In aquariumwater met een sterk alkalisch milieu komt een stijging van het dodelijke ammoniak voor. Terwijl in zuur water veel meer kans is op een nitrietvergiftiging. Er zijn veel vissensoorten die graag in een alkalisch watermilieu leven terwijl andere soorten beter gedijen in zuurder water. Vissen in alkalisch water leven zijn o.a. Prinses van Burundi’s, Tropheus dubois, Schaakbordcichliden, Zebracichliden en Pseudotropheus Lombardoi.
| pH waarde |
Type water |
| 5 – 6 |
zeer zuur |
| 6 – 6,8 |
zuur |
| 6,8 – 7,2 |
neutraal |
| 7,2 – 8 |
alkalisch |
| 8 – 9 |
zeer alkalisch |
Om zuur water alkalisch te maken kan er calciumcarbonaat toegevoegd worden aan het aquariumwater. Ongeveer 1,8 gram verhoogt de GH én KH van 100 liter water met 1 °DH. De pH zal vervolgens ook stijgen. Ook kan filteren over in stukjes gehakte oesterschelpen, marmeren steentjes of ander kalkhoudend materiaal het water meer alkalisch maken.
Ammoniak is bij kamertemperatuur een gas met een karakteristieke, sterk prikkelende geur. Het gas is in zeer grote hoeveelheden (tot wel 33 massa%[3]) in water oplosbaar. Ammoniak ontstaat uit organisch afval en wordt ook uitgescheiden door de vissen via de kieuwen en uitwerpselen en urine. Afvalstoffen worden opgenomen in de biologische kringloop door nitrificerende bacteriën en door planten en algen en omgevormd tot het nagenoeg onschadelijke ammonium. Echter bij een pH waarde boven de 6.8 wordt ammonium omgezet in ammoniak en dreigt er altijd het gevaar voor een ongezonde hoge concentratie van ammoniak in het aquarium.
Het maximaal toelaatbare gehalte ammoniak is geen vaste waarde maar afhankelijk van de pH. Ook bij een hogere temperatuur of bij te weinig zuurstof ontstaat er bij een hoge pH snel ammoniak in het water.
Bij een te hoge waarde van ammoniak in het water is het dus aangeraden om direct water te verversen om zo de ammoniak te verdunnen en om vervolgens de temperatuur een beetje te verlagen en het water te verluchten om zo de gasvorming tegen te gaan.
Ammonium is het eerste eindproduct van de afbraak van afvalstoffen in het aquarium. In een goed functionerend aquarium is ammonium slechts minimaal aanwezig. Ammonium kan verminderd worden door een waterverversing of door te filteren over zeoliet. Ammonium is voor de vissen matig giftig maar boven een pH van 6.8 wordt ammonium omgezet in ammoniak, wat wel heel giftig is voor de vissen.
Tijdens het transport van vissen in een viszakje wordt er altijd onderweg ammonium door de vissen uitgescheiden. De pH waarde daalt in het viszakje zodat er geen ammoniak ontstaat. Wordt er tijdens het aanpassingsproces echter aquariumwater gemengd met het water in het viszakje, dan stijgt de pH waarde weer waardoor de kans op het ontstaan van ammoniak wel groter is. De aanpassing van vissen in een nieuwe omgeving is daarom altijd gevaarlijk.
Een aquarium stofzuiger is een apparaat dat het vuil van de bodem af zuigt. Door het mechanisme van de stofzuiger wordt voorkomen dat er vissen en steentjes opgezogen worden. Het wordt al dan niet aangedreven op stroom, een luchtpomp en moet soms ook aangezogen worden. Het is verkrijgbaar in vele soorten en maten in een prijsklasse van 7,50 euro tot bedragen die zelfs oplopen tot 60 euro.
Artemia zijn tot 1 cm lange kreeftjes uit de groep Phyllopoda. Ze komen voor in sterk zouthoudende wateren en vormen zeer duurzame eieren. Hier komen kleine larven uit, zogenaamde Artemia nauplien. Deze worden gebruikt in de aquariumwereld als universeel voeder voor jongbroed. De volwassen kreeftjes worden ook diepgevroren verkocht en vormen een hoogwaardig voedsel voor siervissen.
Artemia eitjes kunnen tot jaren goed blijven en worden in aquariumwinkels verkocht voor mensen die zelf thuis artemia willen kweken. De eitjes kunnen zelfs ingevroren worden om nog langer goed te blijven.
De Duitse benaming voor zeer kleine organismen zoals bacteriën, algen, kleine kreeftjes en eencelligen die als een film over substraten groeien. Sommige vissen zijn zeer goed in de bestrijding van deze aufwuchs.